De inspecteur stelt dat de opzet om met dit schip rondvaarten te verzorgen zeer sumier was onderbouwd. Ter verdediging voerde de DGA enkele facturen aan met een totale omzet van € 11.500.- excl. BTW.
In een brief van 16 maart 2004 heeft de inspecteur de correcties als volgt toegelicht.
“Ik ben van mening dat de aanschaf berust op persoonlijke argumenten en is gedaan ter bevrediging van persoonlijke behoeften van de directeur-grootaandeelhouder, de heer Y. De aanschaf berust derhalve niet op zakelijke motieven.
1. Een vennootschap zal bij een dergelijke grote investering toch eerst degelijk onderzoek verrichten en de markt verkennen om de haalbaarheid van haar investering te bepalen. In casu is daar geen sprake van geweest. 1. Gezien de gehanteerde prijzen in de advertenties afgezet tegen de kosten (afschrijving, onderhoud, verzekering, liggeld, lonen) ligt zakelijke exploitatie niet voor de hand. Ook de wijze van adverteren wijst niet op zakelijke exploitatie. In dat geval zou namelijk geadverteerd worden in (lokale) kranten en (vak)bladen (zoals de waterkampioen), hetgeen hier niet het geval is. De totale kosten op jaarbasis, uitgaande van 2002, komen al snel op zo’n € 30.000. Afschrijvingskosten ? € 10.000, verzekeringskosten ? € 1.300, liggeld ? € 3.000, onderhoudskosten ? € 6.000, brandstofkosten ? € 4.000 en daarbij nog loonkosten (afhankelijk van de mate van verhuur) en overige kosten, zoals advertentiekosten en kosten van versnaperingen. Dit houdt in dat, om alleen de kosten te dekken, er 150 hele dagen verhuurd moet worden aan gemiddeld 4 personen. Dit lijkt mij niet haalbaar. 3. In de loop van 2003 wordt er begonnen met verhuur, waaronder zes maal aan B v.o.f., welke tot en met de verkoop begin 2003 een gelieerde vennootschap was van X Beheer B.V. Ondanks dat de heer en mevrouw Y zelf als bemanning meegaan, kan er niet worden aangegeven wie er in deze gevallen aan boord van het jacht waren. 4. Er wordt geen logboek bijgehouden, hierdoor wordt het moeilijk om aan te tonen wanneer er is gevaren en waar het jacht is geweest. 5. U zegt dat het gaat om de winst op termijn. Dit ben ik met u eens, het moet echter wel om een realistische winstverwachting gaan. Gezien de resultaten in 2003, de mate van verhuur, afgezet tegen de kosten is dit naar mijn mening discutabel. Een vergelijking met onroerend goed gaat naar mijn mening mank.
Mijn conclusie is derhalve dat het motief voor de aanschaf van het jacht niet zakelijk is geweest doch dat een en ander slechts is geschied met het oog op de persoonlijke behoeften bevrediging van de aandeelhouder. Dit leid ik, buiten het vorenstaande af uit het feit dat de heer Y een vakantiewoning in Friesland bezit en het (derhalve) aannemelijk is dat hij zelf in overwegende mate gebruik maakt van het jacht”.
|
De rechter oordeelt dat de BV te weinig inspanning heeft verricht om tot een winstgevende bedrijfsexploitatie te komen en stelt de inspecteur in het gelijk.
Bron: hof Amsterdam, 5 juli 2006, nr. 05/00714 |